ECLI:NL:CRVB:2008:BC6350
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering lening bij beëindiging onderneming ondanks intrekking horecavergunning
Appellant had een lening ontvangen op grond van het Bijstandsbesluit zelfstandigen (Bbz) 2004 voor de opzet van een horecaonderneming. Na beëindiging van het bedrijf, die het gevolg was van de intrekking van de horecavergunning, vorderde het College terugbetaling van de lening.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en stelde vast dat artikel 43, eerste lid, van het Bbz 2004 geen onderscheid maakt naar de oorzaak van de bedrijfsbeëindiging. De intrekking van de horecavergunning kan daarom niet worden betrokken bij de beoordeling van de terugvordering.
Appellant voerde aan dat zijn bedrijf niet uit eigen wil was beëindigd, maar door de vergunningintrekking. De Raad oordeelde dat ook noodgedwongen beëindiging onder het begrip 'beëindiging' valt en dat het College op grond van de wet verplicht is tot terugvordering, zonder beleidsvrijheid.
Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van de lening bij beëindiging van het bedrijf, ook als gevolg van intrekking van de horecavergunning.