ECLI:NL:CRVB:2008:BC6522

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
12 maart 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
05-6674 WAO
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Ch. van Voorst
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 AwbWet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging besluit herziening WAO-uitkering en maatregel

Appellant stelde hoger beroep in tegen het besluit van het UWV om zijn WAO-uitkering ongewijzigd voort te zetten op basis van een arbeidsongeschiktheidsklasse van 45 tot 55%. Het bezwaar van appellant werd deels gegrond verklaard, waardoor de uitkering werd herzien naar 55 tot 65% arbeidsongeschiktheid met een maatregel van 20% gedurende 16 weken. Later gaf het UWV aan het standpunt in het bestreden besluit niet langer te handhaven en achtte appellant volledig arbeidsongeschikt vanaf 11 december 2003.

De Raad concludeerde dat het bestreden besluit en de aangevallen uitspraak vernietigd moeten worden. Tevens oordeelde de Raad dat het UWV een nieuw besluit op bezwaar moet nemen. De grief over de maatman werd verworpen omdat het UWV een urenomvang van 59 uur per week hanteerde en geen reden zag voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb.

De Raad bepaalde dat het UWV het betaalde griffierecht aan appellant moet vergoeden en sprak de uitspraak uit in het openbaar op 12 maart 2008.

Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en het UWV moet een nieuw besluit nemen over de WAO-uitkering vanaf 11 december 2003.

Uitspraak

05/6674 WAO
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Appellant] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Breda van 21 oktober 2005, 05/1258 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen
appellant
en
de Raad van Bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 12 maart 2008
I. PROCESVERLOOP
Appellant heeft hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten.
II. OVERWEGINGEN
Bij besluit van 17 september 2004 heeft het Uwv besloten de aan appellant toegekende uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO), die werd berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 45 tot 55%, ongewijzigd voort te zetten. Bij besluit van 17 maart 2005 (hierna: bestreden besluit ) heeft het Uwv het bezwaar van appellant tegen het besluit van 17 september 2004 gegrond verklaard in zoverre dat de WAO-uitkering met ingang van 11 december 2003 wordt herzien naar de arbeidsongeschiktheidsklasse 55 tot 65%. Daarbij is tevens een maatregel opgelegd van 20% gedurende 16 weken.
Het Uwv heeft bij brief van 5 juni 2007 te kennen gegeven het in het bestreden besluit van 17 maart 2005 vervatte standpunt niet langer te handhaven. Uit deze brief blijkt dat het Uwv appellant vanaf de datum in geding, te weten 11 december 2003, zonder maatregel volledig arbeidsongeschikt acht. Hieruit kan naar het oordeel van de Raad geconcludeerd worden dat het bestreden besluit moet worden vernietigd. Ook de aangevallen uitspraak, waarbij het bestreden besluit in stand is gelaten, komt deswege in aanmerking voor vernietiging.
Ten overvloede merkt de Raad, naar aanleiding van appellants grief omtrent zijn maatman, op dat het Uwv bij de vaststelling van de maatman een urenomvang van 59 uur per week heeft gehanteerd.
De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Vernietigt de aangevallen uitspraak;
Verklaart het beroep tegen het bestreden besluit, voorzover daarbij de WAO-uitkering met ingang van 11 december 2003 is vastgesteld naar 55 tot 65% arbeidsongeschiktheid, gegrond en vernietigt het bestreden besluit in zoverre;
Bepaalt dat de Raad van Bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen in zoverre een nieuw besluit op bezwaar neemt;
Bepaalt dat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen aan appellant het door hem in eerste aanleg en in hoger beroep betaalde griffierechten van in totaal € 140,-- vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door Ch. van Voorst. De beslissing is, in tegenwoordigheid van J. Verrips als griffier, uitgesproken in het openbaar op 12 maart 2008.
(get.) Ch. van Voorst.
(get.) J. Verrips.
TM