ECLI:NL:CRVB:2008:BC6534
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.C.M. van Laar
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens juiste schatting belastbaarheid en geschiktheid functies
Appellante verzocht om een WAO-uitkering, welke door het UWV werd geweigerd op grond van een juiste inschatting van haar medische beperkingen en arbeidsmogelijkheden. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat de verzekeringsartsen de klachten van appellante adequaat hadden beoordeeld en dat specialistisch onderzoek geen aanleiding gaf tot aanvullende beperkingen.
De arbeidsdeskundige concludeerde dat appellante ongeschikt was voor haar laatst verrichte functie als inpakster, maar wel geschikt voor drie functies geselecteerd via het Claim Beoordelings- en Borgingssysteem (CBBS). De Raad onderschreef deze beoordeling en vond dat het UWV terecht de uitkering had geweigerd omdat er geen verlies aan verdienvermogen was.
In hoger beroep bevestigde de bezwaarverzekeringsarts de eerdere medische beoordeling na heroverweging van aanvullende informatie van behandelend artsen. De Raad vond geen aanleiding tot twijfel aan de verzekeringsgeneeskundige beoordeling en oordeelde dat appellante met inachtneming van haar belastbaarheid de drie functies kon vervullen.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarmee het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, en zag geen grond voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro. De uitspraak werd gedaan door voorzitter Van Voorst en leden Van Laar en Bandringa.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering wegens juiste vaststelling van belastbaarheid en geschiktheid voor drie functies.