ECLI:NL:CRVB:2008:BC6859
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- J.W. Schuttel
- R. Kruisdijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking arbeidsongeschiktheidsuitkering bij voorlopige hechtenis
Appellant was arbeidsongeschikt en ontving een uitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO). Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) trok deze uitkering in per 18 mei 2005 omdat appellant sinds 18 april 2005 rechtens van zijn vrijheid was ontnomen door voorlopige hechtenis.
Appellant maakte bezwaar tegen deze intrekking en stelde hoger beroep in tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam, die het bezwaar ongegrond verklaarde. De rechtbank oordeelde dat de intrekking terecht was, omdat de voorlopige hechtenis aan de wettelijke criteria voldeed, ondanks dat deze later deels onterecht bleek en geschorst werd.
Appellant vorderde in hoger beroep dat de heropening van de uitkering niet per 27 september 2005, maar per 18 augustus 2005 zou ingaan, omdat hij vanaf die datum ten onrechte in voorlopige hechtenis had gezeten. De Raad oordeelde echter dat het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank zich niet richtten op de heropening van de uitkering, maar op de intrekking ervan per 18 mei 2005.
De Centrale Raad van Beroep zag geen grond om het bestreden besluit onrechtmatig te achten en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de arbeidsongeschiktheidsuitkering wegens voorlopige hechtenis.