ECLI:NL:CRVB:2008:BC6862
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- J.W. Schuttel
- R. Kruisdijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens geschiktheid voor maatmanfunctie ondanks longaandoening
Appellant ontving sinds december 1980 een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100% na uitval door psychische klachten. Uit een fraudeonderzoek bleek dat appellant vanaf maart 1998 voltijds als grondwerker heeft gewerkt zonder dit aan het UWV te melden. Een verzekeringsarts stelde vast dat appellant geen beperkingen meer had door zijn longaandoening.
Het UWV trok daarom de WAO-uitkering per 9 maart 1998 in en vorderde onverschuldigde betalingen terug. Na bezwaar stelde een bezwaarverzekeringsarts enkele beperkingen vast, maar een arbeidsdeskundige concludeerde dat appellant geschikt was voor de maatmanfunctie en het werk als grondwerker kon uitvoeren. Het bestreden besluit verklaarde het bezwaar ongegrond.
De rechtbank bevestigde dit oordeel en oordeelde dat appellant voldoende aannemelijk had gemaakt dat hij voltijds als grondwerker werkte en geschikt was voor de maatmanfunctie. De terugwerkende intrekking en terugvordering waren gerechtvaardigd vanwege onjuiste informatieverstrekking.
De Centrale Raad van Beroep sluit zich aan bij de rechtbank. Ook in hoger beroep is niet gebleken van medische of feitelijke omstandigheden die het standpunt van het UWV ondermijnen. De Raad acht appellant geschikt voor de maatmanfunctie en bevestigt de intrekking en terugvordering met terugwerkende kracht per 9 maart 1998. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering en terugvordering met terugwerkende kracht per 9 maart 1998 worden bevestigd.