ECLI:NL:CRVB:2008:BC6896
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- F.J.L. Pennings
- Rechtspraak.nl
Bevestiging privaatrechtelijke dienstbetrekking en verzekeringsplicht prostituees
De zaak betreft een hoger beroep van appellant tegen correctie- en boetenota’s opgelegd door het UWV over de jaren 2001 tot en met 2005, vanwege het niet voldoen aan verzekeringsplicht voor prostituees werkzaam bij appellant.
Eerder had de rechtbank vastgesteld dat er sprake was van een privaatrechtelijke dienstbetrekking tussen appellant en de prostituees, waardoor verzekeringsplicht bestond. Appellant stelde dat deze kwalificatie onjuist was en dat de boetenota’s onterecht waren opgelegd.
De Raad overweegt dat de arbeidsverhouding reeds vaststaat en dat appellant niet heeft voldaan aan zijn opgaveverplichtingen. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt omdat geen schriftelijke toezeggingen zijn gedaan. De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de arbeidsverhouding tussen appellant en de prostituees een privaatrechtelijke dienstbetrekking is en dat de opgelegde boetenota’s terecht zijn.