ECLI:NL:CRVB:2008:BC6937
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- J.W. Schuttel
- R. Kruisdijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking arbeidsongeschiktheidsuitkering wegens onvoldoende beperkingen
Appellante, werkzaam als huishoudelijk medewerkster, viel in 1992 uit wegens sarcoïdose en psychische klachten en ontving een WAO-uitkering op basis van 80-100% arbeidsongeschiktheid. Het UWV trok deze uitkering in per 17 februari 2005 omdat de arbeidsongeschiktheid minder dan 15% werd geacht.
Appellante maakte bezwaar tegen deze intrekking en voerde aan dat de Functionele Mogelijkheden Lijst onvoldoende rekening hield met haar beperkingen, waaronder stijve handen, chronische gewrichtsklachten en psychische problemen. Zij ondersteunde dit met medische informatie van haar huisarts.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was en dat de vastgestelde belastbaarheid juist en volledig was. De Raad vond geen aanwijzingen dat de FML onvoldoende rekening hield met de medische gegevens van behandelaars of medicijngebruik. Daarom bevestigde de Raad het bestreden besluit en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering wegens onvoldoende beperkingen.