ECLI:NL:CRVB:2008:BC7007
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Wajong-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid per 1980
Appellant heeft op 18 oktober 2000 een Wajong-uitkering aangevraagd wegens arbeidsongeschiktheid sinds 1978. Het UWV weigerde deze uitkering omdat appellant op en na 11 februari 1980 minder dan 25% arbeidsongeschikt was. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en in hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep dit oordeel.
Appellant voerde aan dat medische rapporten van een orthopedisch chirurg en psychiater, opgesteld op verzoek van het UWV, aantonen dat in 1980 reeds sprake was van een sarcoom van Ewing dat zijn arbeidscapaciteit beïnvloedde. Ook verwees hij naar een volledige arbeidsongeschiktheidsverklaring van de sociale dienst Amsterdam uit 1999 en een medische beoordeling uit 2001 dat hij fysiek niet meer dan drie uur per dag belastbaar was.
De Raad oordeelde dat het onderzoek door de bezwaarverzekeringsarts zorgvuldig en volledig was, waarbij alle medische informatie was betrokken. De belastbaarheid werd aangepast, waarbij appellant per 11 februari 1980 psychisch meer beperkt werd geacht, maar niet zodanig dat hij als arbeidsongeschikt kon worden aangemerkt volgens de destijds geldende AAW. Latere ontwikkelingen na 11 februari 1980 konden in deze procedure niet worden meegewogen.
De Raad concludeerde dat het UWV terecht heeft aangenomen dat de functies binnen appellants belastbaarheid vielen en dat de weigering van de Wajong-uitkering terecht was. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en er werd geen aanleiding gezien voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Wajong-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid per 11 februari 1980.