ECLI:NL:CRVB:2008:BC7242
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAZ-uitkering wegens niet-tijdig ingediend bezwaar
Appellant kreeg bij besluit van het UWV zijn WAZ-uitkering ingetrokken met ingang van 1 januari 2004. Tegen dit besluit maakte appellant bezwaar, maar dit bezwaar werd pas na de gestelde termijn ingediend. De rechtbank verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de bezwaartermijn en wees het beroep af.
Appellant voerde aan dat hij het besluit wel tijdig had ontvangen, maar het terzijde had gelegd en pas later het bezwaar indiende. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de bezwaartermijn duidelijk was en dat het bezwaar op 26 november 2005 te laat was ingediend, aangezien de termijn tot en met 25 november liep.
De Raad vond geen reden om de termijnoverschrijding te verontschuldigen op grond van artikel 6:11 Awb Pro. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter Ch. van Voorst op 19 maart 2008.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de intrekking van de WAZ-uitkering werd niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-tijdige indiening, en de aangevallen uitspraak werd bevestigd.