ECLI:NL:CRVB:2008:BC7242

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
19 maart 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
06-4601 WAZ
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Ch. van Voorst
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:11 AwbArt. 8:75 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging intrekking WAZ-uitkering wegens niet-tijdig ingediend bezwaar

Appellant kreeg bij besluit van het UWV zijn WAZ-uitkering ingetrokken met ingang van 1 januari 2004. Tegen dit besluit maakte appellant bezwaar, maar dit bezwaar werd pas na de gestelde termijn ingediend. De rechtbank verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de bezwaartermijn en wees het beroep af.

Appellant voerde aan dat hij het besluit wel tijdig had ontvangen, maar het terzijde had gelegd en pas later het bezwaar indiende. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de bezwaartermijn duidelijk was en dat het bezwaar op 26 november 2005 te laat was ingediend, aangezien de termijn tot en met 25 november liep.

De Raad vond geen reden om de termijnoverschrijding te verontschuldigen op grond van artikel 6:11 Awb Pro. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter Ch. van Voorst op 19 maart 2008.

Uitkomst: Het bezwaar tegen de intrekking van de WAZ-uitkering werd niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-tijdige indiening, en de aangevallen uitspraak werd bevestigd.

Uitspraak

06/4601 WAZ
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Appellant],
tegen de uitspraak van de rechtbank Alkmaar van 6 juli 2006, 06/448 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv)
Datum uitspraak: 19 maart 2008
I. PROCESVERLOOP
Appellant heeft hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 6 februari 2008.
Appellant is verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door J. Knufman.
II. OVERWEGINGEN
Bij brief van 14 oktober 2005 heeft het Uwv appellant in kennis gesteld van een besluit, waarbij de aan hem toegekende uitkering ingevolge de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen met ingang van 1 januari 2004 is ingetrokken.
Appellant heeft bij faxbericht van 26 november 2005 tegen voormeld besluit bezwaar gemaakt.
Bij besluit van 11 januari 2006 (het bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar wegens overschrijding van de daartoe gestelde termijn niet-ontvankelijk verklaard.
De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard, onder overweging dat de bezwaartermijn eindigde op 25 november 2005, zodat niet tijdig bezwaar is gemaakt. De rechtbank achtte niet gebleken van feiten of omstandigheden op grond waarvan moet worden geoordeeld dat de termijnoverschrijding is te verontschuldigen in de zin van artikel 6:11 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De rechtbank heeft daarbij in aanmerking genomen dat appellant heeft erkend het besluit wel voor 26 november 2005 te hebben ontvangen, maar het toen terzijde heeft geschoven en het eerst op 26 november 2005 weer heeft aangetroffen.
De Raad ziet in hetgeen appellant heeft aangevoerd geen reden voor een ander oordeel. De formulering van de bezwaartermijn onder het primaire besluit dat appellant “ tot 26 november 2005” een bezwaarschrift kon indienen, impliceert dat 25 november 2005 de laatste dag van de bezwaartermijn was, zodat het op 26 november 2005 per faxbericht ingediende bezwaarschrift te laat is ingediend. Dat appellant deze formulering verwarrend vond, is geen verontschuldiging voor zijn verzuim.
Uit het vorenstaande volgt dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.
De Raad acht geen termen aanwezig voor een proceskostenveroordeling als bedoeld in artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door Ch. van Voorst. De beslissing is, in tegenwoordigheid van E.M. de Bree als griffier, uitgesproken in het openbaar op 19 maart 2008.
(get.) Ch van Voorst.
(get.) E.M. de Bree.
HS