ECLI:NL:CRVB:2008:BC7289
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing vergoeding gebruikskosten eigen auto Wvg
Appellant vroeg op grond van de Wet voorzieningen gehandicapten (Wvg) een vergoeding voor de gebruikskosten van zijn eigen auto. Het College van burgemeester en wethouders van ’s-Gravenhage wees deze aanvraag op 2 december 2004 af, en verklaarde later het bezwaar tegen deze afwijzing niet-ontvankelijk. Een tweede aanvraag van appellant op 4 maart 2005 werd eveneens afgewezen, waarna het bezwaar daarop ook ongegrond werd verklaard met toepassing van artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De rechtbank bevestigde dit standpunt en verklaarde het beroep ongegrond. Appellant stelde in hoger beroep dat het College ten onrechte artikel 4:6 Awb Pro toepaste omdat hij met de tweede aanvraag niet het eerdere besluit wilde laten heroverwegen. Tevens voerde hij aan dat zijn medische situatie, waaronder brandende pijn in de voetzolen en beperkte loopafstand, onvoldoende was meegewogen, en dat openbaar vervoer geen adequaat alternatief was vanwege urologische problematiek.
De Raad stelde vast dat bij duuraanspraken de toetsing aan artikel 4:6 Awb Pro beperkt moet blijven tot de periode na de nieuwe aanvraag. De Raad oordeelde dat het College onvoldoende onderzoek had gedaan naar de medische situatie van appellant, met name naar de urologische problematiek en de beperkte loopafstand. Daarom werd het besluit van 24 februari 2006 vernietigd en werd het College opgedragen een nieuwe beslissing te nemen met inachtneming van de medische verklaringen.
Daarnaast veroordeelde de Raad het College in de proceskosten van appellant voor zowel eerste aanleg als hoger beroep, en bepaalde dat het betaalde griffierecht aan appellant wordt vergoed.
Uitkomst: Het besluit van 24 februari 2006 wordt vernietigd en het College wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met nader onderzoek naar de medische situatie van appellant.