ECLI:NL:CRVB:2008:BC7452
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- B.J. van der Net
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit UWV over verhaal WAO-uitkeringen na overgang onderneming
Appellante is in hoger beroep gekomen tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam die het bezwaar van appellante tegen een UWV-besluit ongegrond verklaarde. Het UWV had WAO-uitkeringen die het had betaald aan voormalige werknemers voor 50% verhaald op appellante, die een deel van een onderneming had overgenomen.
De Centrale Raad van Beroep overweegt dat de gedeeltelijke overname van de onderneming als een gegeven moet worden beschouwd. Volgens artikel 75b, zevende lid, van de WAO maakt het niet uit voor welk onderdeel van de overgenomen onderneming de werknemers werkzaam waren. Het feit dat de werknemers niet werkzaam waren binnen het detacheringsonderdeel is daarom irrelevant.
Appellante stelde dat de verhaaltermijn vier jaar bedroeg, maar de Raad wijst op artikel 91b, eerste lid, WAO, dat een termijn van vijf jaar hanteert voor personen die voor 1 januari 2004 arbeidsongeschikt zijn geworden. Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit van het UWV tot verhaal van WAO-uitkeringen op appellante.