ECLI:NL:CRVB:2008:BC7453
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- C.W.J. Schoor
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit over korting en terugvordering WAO-uitkering wegens onvoldoende motivering
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om zijn WAO-uitkering te herzien en terug te vorderen vanwege vermoedelijke uitkeringsfraude, waarbij sprake zou zijn van 'zwart bovenloon'. De rechtbank had het beroep deels ongegrond verklaard en de terugvordering van eindejaarsuitkeringen vernietigd. De Raad constateerde dat de rechtbank ten onrechte had afgezien van het horen van getuigen die appellant wilde laten horen.
De Raad overwoog dat het UWV onvoldoende feitelijke grondslag en motivering had geleverd voor de korting op en terugvordering van de WAO-uitkering, met uitzondering van het overwerk op zaterdagen. De Raad stelde vast dat niet aannemelijk was dat appellant meer loon had ontvangen dan opgegeven, en dat de arbeidsprestatie niet zodanig afweek van de oorspronkelijke loonwaarde.
Daarom vernietigde de Raad het bestreden besluit voor zover het betrekking had op de korting en terugvordering van de WAO-uitkering, en bepaalde dat het UWV een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens veroordeelde de Raad het UWV tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het bestreden besluit over korting en terugvordering van de WAO-uitkering wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en het UWV moet een nieuw besluit nemen.