ECLI:NL:CRVB:2008:BC7459
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- C.W.J. Schoor
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep over korting en terugvordering WAO-uitkering wegens vermeend zwart bovenloon
De zaak betreft het hoger beroep van het UWV tegen een uitspraak van de rechtbank Zutphen die het beroep van betrokkene tegen een besluit tot korting en terugvordering van WAO-uitkering gegrond verklaarde. Betrokkene ontving een WAO-uitkering en daarnaast een WW-uitkering. Het UWV stelde op basis van een strafrechtelijk onderzoek en een rapport werknemersfraude dat betrokkene naast het opgegeven loon ook zwart bovenloon had ontvangen, waarop zij de WAO-uitkering met toepassing van artikel 44 WAO Pro kortte en terugvorderde.
De rechtbank vernietigde dit besluit vanwege een ondeugdelijke motivering en het ontbreken van voldoende bewijs, mede omdat verklaringen die in een vergelijkbare zaak wel werden meegewogen hier ontbraken. De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. De Raad oordeelt dat het UWV onvoldoende feitelijke grondslag heeft geleverd om aan te nemen dat betrokkene daadwerkelijk zwart bovenloon heeft ontvangen in de veronderstelde omvang. Ook is het onzorgvuldig dat het UWV geen rekening hield met dagen waarop betrokkene niet werkte.
De Raad benadrukt dat de verklaringen over de arbeidsprestaties van betrokkene onvoldoende doorslaggevend zijn en dat de vermeende loonbetalingen niet aannemelijk zijn gemaakt. Hierdoor komt de grondslag voor de korting en terugvordering te vervallen. Het hoger beroep van het UWV wordt afgewezen en de rechtbankuitspraak bevestigd. Tevens wordt het griffierecht aan het UWV opgelegd en worden de proceskosten van betrokkene vergoed.
Uitkomst: Het hoger beroep van het UWV wordt afgewezen en de rechtbankuitspraak bevestigd wegens onvoldoende feitelijke grondslag voor korting en terugvordering van de WAO-uitkering.