ECLI:NL:CRVB:2008:BC7507
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- B.J. van der Net
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging kinderbijslagverlening vanaf derde kwartaal 2003 wegens verblijfsvergunning
Appellante stelde in hoger beroep dat zij eerder dan het derde kwartaal van 2003 kinderbijslag had moeten ontvangen voor haar twee kinderen. De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellante als vluchtelinge uit Azerbeidzjan pas vanaf 4 juni 2003 als verzekerde in de zin van de Algemene Kinderbijslagwet kon worden beschouwd. Dit volgt uit de ministeriële beslissing waarbij zij op die datum een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd en onbepaalde tijd kreeg, met ingang van 9 december 2002.
De Raad benadrukt dat het verblijf van appellante in een opvangcentrum voor asielzoekers met een COA-uitkering vóór 4 juni 2003 niet leidde tot de vereiste juridische, economische en sociale binding die nodig is voor ingezetenschap volgens de Algemene Kinderbijslagwet. Er zijn geen bijzondere omstandigheden die op grond van redelijkheid en gelijkheid een eerdere toekenning van kinderbijslag rechtvaardigen.
De aangevallen uitspraak van de rechtbank ’s-Hertogenbosch wordt bevestigd. De Raad ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 20 maart 2008.
Uitkomst: De kinderbijslag is terecht toegekend vanaf het derde kwartaal van 2003.