Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2008:BC7511

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
19 maart 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
07/4481 WIA
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Verzet
Rechters
  • Ch. van Voorst
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArt. 21 Beroepswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongegrond verklaring verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring wegens termijnoverschrijding griffierecht in WIA-zaak

Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Dordrecht in een WIA-zaak. De Raad verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk omdat het griffierecht niet tijdig was voldaan. Appellant deed verzet tegen deze beslissing en voerde aan dat psychische problemen hem verhinderden het griffierecht op tijd te betalen.

Tijdens de zitting verscheen appellant, terwijl het UWV zich niet liet vertegenwoordigen. De Raad oordeelde dat de niet-ontvankelijkverklaring terecht was, omdat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij geheel niet in staat was het griffierecht te betalen. Het risico van het te laat betalen kwam voor zijn rekening.

De Raad zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en verklaarde het verzet ongegrond. De uitspraak werd gedaan door rechter Ch. van Voorst en griffier E. de Bree op 19 maart 2008.

Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep bevestigd.

Uitspraak

07/4481 WIA
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:
[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Dordrecht van 29 juni 2007, 06/1195 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna Uwv).
Datum uitspraak: 19 maart 2008
I. PROCESVERLOOP
Bij uitspraak van 9 november 2007 als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen voornoemde uitspraak heeft appellant verzet gedaan.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 6 februari 2008. Appellant is verschenen. Het Uwv heeft zich - met voorafgaand bericht - niet laten vertegenwoordigen.
II. OVERWEGINGEN
De uitspraak van de Raad van 9 november 2007 berust hierop, dat het hoger beroep van appellant niet-ontvankelijk is verklaard omdat het verschuldigde griffierecht niet tijdig op de rekening van de Raad is bijgeschreven.
In het verzetschrift en ter zitting heeft appellant aangevoerd dat hij vanwege psychische problemen zijn zaken niet goed kan regelen en door totale chaos en paniek begin oktober 2007 is vergeten het griffierecht te voldoen.
De Raad is van oordeel dat de niet-ontvankelijkverklaring terecht is geschied. In hetgeen door appellant is aangevoerd, is naar het oordeel van de Raad geen grond gelegen voor het oordeel dat hem ter zake van het verzuim redelijkerwijs geen verwijt kan worden gemaakt. De Raad overweegt daartoe dat appellant niet heeft aangetoond noch aannemelijk heeft gemaakt dat hij geheel niet in staat was het griffierecht te betalen.
Door lang te wachten met het overmaken van het verschuldigde griffierecht heeft appellant een risico genomen dat voor zijn rekening dient te blijven.
Gelet op het voorgaande dient het verzet ongegrond te worden verklaard.
Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door Ch. van Voorst. De beslissing is, in tegenwoordigheid van E. de Bree als griffier, uitgesproken in het openbaar op 19 maart 2008.
(get.) Ch. van Voorst.
(get.) E. de Bree.
MK