ECLI:NL:CRVB:2008:BC7513
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- B.J. van der Net
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vergoeding kosten bezwaarprocedure tegen UWV-besluiten
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV inzake de vergoeding van kosten die zij en haar adviseurs maakten in een bezwaarprocedure tegen correctie- en boetenota’s over de jaren 1990-1994. De rechtbank had het UWV- besluit deels vernietigd wegens motiveringsgebrek en het UWV opgedragen een nieuw besluit te nemen.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat alleen kosten gemaakt tijdens de bezwaarfase en binnen het beleid van het UWV voor vergoeding in aanmerking komen. Kosten die betrekking hadden op reguliere werkzaamheden in het kader van de inlichtingenplicht of buiten de bezwaarfase waren niet vergoedbaar. Tevens waren de door appellante zelf gemaakte kosten niet vergoedbaar omdat zij professionele rechtsbijstand had ingeschakeld.
Het UWV had een vergoeding toegekend voor 25,5 uur rechtsbijstand door PwC en 5,5 uur voor het administratiekantoor Ensing. De Raad vond dit redelijk en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen het besluit van het UWV tot vergoeding van kosten in bezwaar wordt ongegrond verklaard.