ECLI:NL:CRVB:2008:BC7522
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- C.W.J. Schoor
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep bevestigt vernietiging besluit over korting en intrekking WAO-uitkering wegens vermeend zwart bovenloon
Betrokkene ontving sinds 1994 een WAO-uitkering en was daarnaast werkzaam als stratenmaker bij een werkgever die verdacht werd van het uitbetalen van zwart bovenloon. Appellant, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, stelde op basis van een fraudeonderzoek dat betrokkene naast het opgegeven loon zwart bovenloon ontving en besloot de WAO-uitkering te korten, niet uit te betalen en vanaf 2001 in te trekken.
De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene gegrond en vernietigde het besluit omdat onvoldoende vaststond dat betrokkene daadwerkelijk zwart bovenloon had ontvangen. Appellant ging in hoger beroep en voerde aan dat de schaduwadministratie en verklaringen voldoende bewijs boden. Betrokkene voerde onder meer strijd met het rechtszekerheidsbeginsel en het gelijkheidsbeginsel aan.
De Raad oordeelde dat de in hoger beroep ingebrachte verklaringen mogen worden betrokken, maar dat de gegevens onvoldoende grondslag bieden om aan te nemen dat betrokkene daadwerkelijk zwart bovenloon ontving. De Raad stelde dat onvoldoende aannemelijk is dat de arbeidsprestatie van betrokkene zodanig afweek dat het zwart bovenloon rechtvaardigt. Ook achtte de Raad het onzorgvuldig dat appellant niet rekening hield met daadwerkelijk gewerkte dagen.
De Raad bevestigde daarmee de vernietiging van het besluit tot korting, intrekking en terugvordering van de WAO-uitkering. Tevens veroordeelde de Raad appellant in de proceskosten van betrokkene en legde griffierecht op.
Uitkomst: Het besluit tot korting, intrekking en terugvordering van de WAO-uitkering wegens vermeend zwart bovenloon wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs.