ECLI:NL:CRVB:2008:BC7525
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Beoordeling weigering aanvullende beurs wegens onvoldoende conflict tussen ouder en studerende
Appellante heeft beroep ingesteld tegen de weigering van de IB-Groep om haar een aanvullende beurs toe te kennen zonder rekening te houden met het inkomen van haar vader. Zij stelde dat er sprake was van een ernstig en structureel conflict, zoals bedoeld in artikel 3.14 van de Wet studiefinanciering 2000 (WSF 2000).
De Raad overwoog dat het conflict tussen appellante en haar vader weliswaar bestaat, maar dat het niet voldoet aan de criteria van ernstig en structureel zoals bedoeld in de wet en de bijbehorende beleidsregels. Er was geen sprake van ernstig lichamelijk of geestelijk geweld, noch van fundamentele verschillen in levensovertuiging of cultuur.
Het contact tussen appellante en haar vader was sinds 2001 incidenteel en zelfs geïntensiveerd tijdens de periode dat zij bij hem woonde. Het financiële aspect speelde een rol, maar was niet doorslaggevend voor het conflict. De Raad concludeerde dat de IB-Groep in redelijkheid tot haar besluit heeft kunnen komen en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante wordt afgewezen en de weigering van de aanvullende beurs bevestigd.