ECLI:NL:CRVB:2008:BC7532
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- B.J. van der Net
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Boeteoplegging wegens niet tijdig indienen jaaropgave sociale verzekering bevestigd
De zaak betreft het hoger beroep van het uitvoeringsinstituut werknemersverzekering tegen een uitspraak van de rechtbank Haarlem die de boete wegens het niet tijdig indienen van de jaaropgave 2003 had verlaagd naar € 250.
De rechtbank had geoordeeld dat de boete niet in verhouding stond tot de ernst van de overtreding, mede omdat de eindafrekening vrijwel gelijk was aan de voorschotnota en het om een eerste overtreding ging. De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter dat de overtreding te wijten is aan grove schuld en dat de boete van 25% van de verschuldigde premie terecht is vastgesteld.
De Raad benadrukt dat het boetestelsel, waarbij de boete gerelateerd is aan de premie, in beginsel niet leidt tot onevenredigheid en dat het niet tijdig indienen van de jaaropgave een zelfstandige overtreding vormt. Het feit dat geen voordeel is behaald door de belanghebbende is niet doorslaggevend, tenzij bijzondere omstandigheden van toepassing zijn, wat hier niet het geval is.
De Centrale Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van het uitvoeringsinstituut ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De boete van 25% van de verschuldigde premie wegens niet tijdig indienen van de jaaropgave wordt gehandhaafd.