ECLI:NL:CRVB:2008:BC7536
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaarschrift wegens prematuur en termijnoverschrijding bij boete UWV
Appellante kreeg van het UWV een boete opgelegd wegens het niet tijdig indienen van jaarloonopgaven over 2004. Zij reageerde eerst prematuur met een brief die niet als bezwaarschrift werd aangemerkt. Later diende zij een formeel bezwaarschrift in, maar dit was te laat. De rechtbank verklaarde beide bezwaarschriften niet-ontvankelijk wegens prematuriteit en termijnoverschrijding.
In hoger beroep betoogde appellante dat uit een brief van het UWV van 28 juli 2005 kon worden afgeleid dat haar eerdere reactie als bezwaar werd gezien, en dat zij telefonisch een ruimere termijn zou hebben gekregen. De Raad volgde dit niet, oordeelde dat de gemachtigde van appellante als professional zorg had moeten dragen voor tijdige behandeling van post, en dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was.
De Raad bevestigde het oordeel van de rechtbank dat het bezwaarschrift te laat was ingediend en prematuur was. Er waren geen gronden voor een andere beoordeling. De uitspraak van de rechtbank werd bekrachtigd en het beroep van appellante ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen het boetebesluit wordt ongegrond verklaard wegens prematuur en te laat ingediend bezwaarschrift.