ECLI:NL:CRVB:2008:BC7538
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- B.J. van der Net
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete voor premieplichtige loonbetalingen ondanks betwiste facturen
Appellante werd door het UWV een correctie- en boetenota opgelegd voor het premiejaar 2002, gebaseerd op drie facturen van een eenmanszaak waarvan de eigenaar geen echte onderneming dreef. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat de facturen niet de werkelijkheid weerspiegelen en dat er geen sprake was van uitbesteding van werkzaamheden.
In hoger beroep voerde appellante aan dat de betalingen geen premieplichtig loon betroffen, maar de Raad volgde het UWV in diens standpunt dat de facturen vals waren en dat er sprake was van fictieve dienstbetrekking. De Raad oordeelde dat de bewijslastverdeling inhoudt dat het bestuursorgaan aannemelijk moet maken dat de betalingen aan premieplichtige personen zijn gedaan, waarna het aan de werkgever is om het tegendeel te bewijzen.
Appellante slaagde er niet in aannemelijk te maken dat de betalingen geen premieplichtig loon betroffen, mede omdat de eigenaar van de eenmanszaak verklaarde nooit personeel te hebben gehad en de factuurbedragen op een andere bankrekening werden gestort en contant werden opgenomen. De Raad bevestigde daarom de boete en de correctie van het premieloon.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de boete en correctie van premieloon wegens het ontbreken van aannemelijk bewijs dat de betalingen geen premieplichtig loon betroffen.