ECLI:NL:CRVB:2008:BC7545
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- C.W.J. Schoor
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV over korting en terugvordering WAO-uitkering wegens onvoldoende feitelijke motivering
Betrokkene was arbeidsongeschikt en ontving een WAO-uitkering. Na een strafrechtelijk onderzoek naar fraude bij zijn werkgever, het UWV stelde vast dat er mogelijk 'zwart bovenloon' was betaald. Op basis daarvan schortte het UWV de uitkering op en herzag deze met terugwerkende kracht vanaf 1998. Tevens werd een bedrag teruggevorderd.
De rechtbank oordeelde deels in het voordeel van betrokkene, maar liet het herzieningsbesluit in stand. In hoger beroep stelde de Centrale Raad van Beroep vast dat het UWV onvoldoende had gemotiveerd dat betrokkene daadwerkelijk meer loon had ontvangen dan opgegeven en dat de korting en herziening daarom niet in stand konden blijven.
De Raad wees ook op onzorgvuldigheden bij de berekening, zoals het niet meenemen van ziekte- en vakantiedagen. De Raad vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat het UWV een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van de uitspraak. Tevens werd het UWV veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot korting en terugvordering van de WAO-uitkering wordt vernietigd wegens onvoldoende feitelijke grondslag en onzorgvuldige berekening.