ECLI:NL:CRVB:2008:BC7719
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- B.J. van der Net
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Beoordeling forfaitaire vergoeding kosten bezwaar vaste onkostenvergoeding
Appellante verstrekte tussen 1998 en 2000 een vaste onkostenvergoeding aan personeel, waarop het UWV correctienota's oplegde in 2003. Na bezwaar en beroep verklaarde de rechtbank het bezwaar gegrond en vernietigde het besluit deels. Het UWV herzag daarop de correctienota's en kende een forfaitaire vergoeding van €644 toe voor de kosten van bezwaar.
Appellante stelde in hoger beroep dat zij recht had op integrale vergoeding van de gemaakte kosten. De Raad overwoog dat het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) uitgaat van een forfaitaire vergoeding, tenzij bijzondere omstandigheden zich voordoen. Deze bijzondere omstandigheden zijn uitzonderlijk en niet aanwezig in deze zaak.
De Raad concludeerde dat het UWV niet wist of kon weten dat de premiecorrecties ten onrechte werden opgelegd en dat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat de forfaitaire vergoeding onvoldoende was. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de forfaitaire vergoeding van kosten bezwaar wordt bevestigd.