ECLI:NL:CRVB:2008:BC7758

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
21 maart 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
06-7096 WAO
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • J. Janssen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:73a AwbArt. 8:75a AwbArt. 21 BeroepswetArt. 22, vijfde lid Beroepswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vergoeding wettelijke rente en proceskosten na intrekking hoger beroep wegens tegemoetkoming UWV

Appellant had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam inzake een geschil met het UWV. Kort voor de behandeling van het hoger beroep trok appellant dit beroep in, omdat het UWV met een nieuwe beslissing op bezwaar aan de bezwaren van appellant tegemoet was gekomen.

De Centrale Raad van Beroep overwoog dat op grond van de Algemene wet bestuursrecht het bestuursorgaan bij intrekking van het beroep wegens tegemoetkoming aan de indiener kan worden veroordeeld tot vergoeding van schade en kosten. De Raad stelde vast dat het UWV aan appellant was tegemoetgekomen en veroordeelde het UWV tot betaling van de wettelijke rente over de na te betalen uitkering.

Daarnaast werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant, begroot op € 322,- voor verleende rechtsbijstand in hoger beroep. De Raad wees er tevens op dat appellant zich rechtstreeks tot het UWV kan wenden voor vergoeding van het griffierecht.

De uitspraak werd gedaan door J. Janssen en is onherroepelijk.

Uitkomst: Het UWV is veroordeeld tot betaling van wettelijke rente en proceskosten aan appellant na intrekking van het hoger beroep wegens tegemoetkoming.

Uitspraak

06/7096 WAO
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:73a en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:
[Appellant] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 9 november 2006, 06/717 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv)
Datum uitspraak: 21 maart 2008
I. PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. M.I. Steinmetz, advocaat te Amsterdam, hoger beroep ingesteld.
Bij brief van 17 december 2007 heeft mr. M.I. Steinmetz namens appellant het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten en tot betaling van de wettelijke rente.
Het Uwv heeft bericht akkoord te gaan met de veroordeling van de kosten van de hoger beroepsprocedure.
Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat de behandeling van het verzoek om vergoeding van de proceskosten ter zitting achterwege blijft.
II. OVERWEGINGEN
Artikel 8:73a, eerste lid, eerste volzin, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:73 van Pro de Awb kan worden veroordeeld tot vergoeding van de schade die de verzoeker lijdt.
Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten kan worden veroordeeld.
Ingevolge artikel 21 van Pro de Beroepswet zijn deze bepalingen van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
De Raad stelt vast dat de gemachtigde van appellant het hoger beroep heeft ingetrokken aangezien het Uwv met de nieuwe beslissing op bezwaar van 21 november 2007 aan de bezwaren van appellant is tegemoetgekomen.
Nu aldus aan appellant is tegemoetgekomen, is er aanleiding het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen te veroordelen tot vergoeding van de wettelijke rente over de na te betalen uitkering.
Voorts is er aanleiding om het Uwv te veroordelen in de kosten die appellant in verband met de behandeling van het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 322,- voor verleende rechtsbijstand in hoger beroep.
Tenslotte merkt de Raad nog op dat uit het bepaalde in artikel 22, vijfde lid, van de Beroepswet volgt dat appellant zich met een verzoek om vergoeding van het griffierecht rechtstreeks tot het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan wenden.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Veroordeelt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen tot vergoeding van de wettelijke rente zoals in rubriek II van deze uitspraak aangegeven;
Veroordeelt de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen in de kosten van appellant tot een bedrag van € 322,-, te betalen door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.
Deze uitspraak is gedaan door J. Janssen. De beslissing is, in tegenwoordigheid van D.W.M. Kaldenhoven als griffier, uitgesproken in het openbaar op 21 maart 2008.
(get.) J. Janssen.
(get.) D.W.M. Kaldenhoven.
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
MH