ECLI:NL:CRVB:2008:BC7785
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering bij sarcoïdose met arbeidsongeschiktheid 55-65%
Appellante, werkzaam als zorgkundige, viel in 1999 uit wegens lichamelijke klachten en ontving vanaf 2000 een WAO-uitkering van 15-25%. Na vaststelling van sarcoïdose in 2002 werd haar arbeidsongeschiktheid herbeoordeeld. De verzekeringsarts stelde beperkingen vast, rekening houdend met afgenomen belastbaarheid en een urenbeperking van 30 uur per week.
Na bezwaar en herbeoordeling door een bezwaararbeidsdeskundige en bezwaarverzekeringsarts werd in 2006 het besluit genomen haar arbeidsongeschiktheid vast te stellen op 55-65%. Appellante voerde in hoger beroep aan dat de artsen niet onafhankelijk waren en onvoldoende rekening werd gehouden met haar medische situatie en opleidingsniveau.
De Raad overwoog dat de verzekeringsartsen deskundig zijn en dat de medische gegevens en arbeidskundige rapportages voldoende inzicht en motivatie boden. De geselecteerde functies hielden rekening met haar beperkingen en opleidingsniveau. De Raad bevestigde daarom het besluit en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante voor 55-65% arbeidsongeschikt is en verklaart haar beroep ongegrond.