ECLI:NL:CRVB:2008:BC7790
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- C.P.M. van de Kerkhof
- H. Bedee
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluiten UWV omtrent weigering WAO-uitkering wegens onzorgvuldig medisch onderzoek
Appellante, een verkoopster, meldde zich ziek in augustus 2002 en vroeg aanspraak aan op een WAO-uitkering. Het UWV weigerde deze uitkering en trok het voorschot in, gebaseerd op een medisch onderzoek door een arts die niet als verzekeringsarts geregistreerd was. In de bezwaarprocedure werd appellante niet persoonlijk onderzocht door een bezwaarverzekeringsarts, en de telefonische hoorzitting vond plaats zonder aanwezigheid van een dergelijke arts.
De rechtbank onderschreef de besluiten van het UWV, ondanks het dossieronderzoek zonder persoonlijk onderzoek. In hoger beroep stelde appellante dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was en dat de wachttijd voor de WAO-uitkering niet juist was berekend. De Raad stelde vast dat het UWV onzorgvuldig had gehandeld door het ontbreken van een persoonlijk medisch onderzoek door een geregistreerd verzekeringsarts en vernietigde de besluiten.
De Raad bepaalde dat het UWV een nieuw medisch onderzoek moet uitvoeren door een geregistreerd verzekeringsarts en nieuwe besluiten moet nemen, waarbij de wachttijd niet wordt verlengd door de loondoorbetalingsverplichting van de werkgever. Tevens veroordeelde de Raad het UWV tot vergoeding van de proceskosten van appellante.
Uitkomst: De besluiten van het UWV worden vernietigd wegens onzorgvuldig medisch onderzoek en de zaak wordt terugverwezen voor nieuw onderzoek.