ECLI:NL:CRVB:2008:BC8026
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- H.J. de Mooij
- Rechtspraak.nl
Toepasselijkheid Nederlandse sociale verzekeringswetgeving bij grensoverschrijdende zelfstandige arbeid
Appellant, een Nederlandse zelfstandige, verrichtte werkzaamheden in Duitsland en Nederland. Na beëindiging van een samenwerking in Duitsland begon hij een ambulante groente- en fruithandel waarbij hij in Nederland goederen inkocht, administratie voerde en bedrijfsauto onderhoudde. Het UWV stelde dat appellant niet verzekerd was ingevolge de WAZ omdat hij uitsluitend in Duitsland werkzaam was.
De rechtbank bevestigde dit standpunt, maar appellant ging in hoger beroep. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat op grond van Verordening 1408/71, artikel 14 bis Pro, tweede lid, de Nederlandse wetgeving van toepassing is wanneer een zelfstandige een deel van zijn werkzaamheden in Nederland verricht, ongeacht of deze ondersteunend zijn.
De Raad stelde vast dat appellant inderdaad een deel van zijn werkzaamheden in Nederland verrichtte, zoals inkoop en administratie, die wezenlijk zijn voor zijn onderneming. Daarom was het besluit van het UWV onjuist en werd het vernietigd. Het UWV moet een nieuw besluit nemen rekening houdend met deze uitspraak.
Daarnaast werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en griffierechten van appellant.
Uitkomst: Het bestreden besluit van het UWV wordt vernietigd en het UWV dient een nieuw besluit te nemen waarbij de Nederlandse wetgeving op appellant van toepassing is.