ECLI:NL:CRVB:2008:BC8088
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- R.C. Stam
- R. Kruisdijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van vaststelling arbeidsongeschiktheid en maatmaninkomen bij WAO-uitkering
Appellant, die sinds 1993 arbeidsongeschikt is, maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om zijn WAO-uitkering ongewijzigd voort te zetten met een arbeidsongeschiktheid van 35 tot 45% en het toepassen van artikel 44 WAO Pro waardoor de uitkering niet wordt uitbetaald vanwege inkomsten uit arbeid.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit wegens onvoldoende motivering van de geschiktheid van functies, maar handhaafde de rechtsgevolgen. De Raad heropende het onderzoek en overwoog dat de functies die het UWV had geselecteerd binnen de toegestane bandbreedte van vijf uren maatmanarbeid vielen en geschikt waren voor appellant, mede gelet op de medische gegevens en de aard van de functies.
Appellants bezwaren over overschatting van functionele mogelijkheden, onjuist maatmaninkomen, onjuiste toepassing van het Besluit uurloonschatting 1999 en het niet in mindering brengen van bepaalde kosten werden verworpen. De Raad achtte de medische beoordeling van het UWV adequaat en vond geen aanleiding voor aanpassing van de mate van arbeidsongeschiktheid of het maatmaninkomen.
De Raad bevestigde het aangevallen vonnis en wees een proceskostenveroordeling af. De uitkering blijft met toepassing van artikel 44 WAO Pro niet tot uitbetaling komen vanwege de inkomsten uit arbeid.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de vaststelling van 35-45% arbeidsongeschiktheid en het maatmaninkomen, waardoor de WAO-uitkering niet wordt uitbetaald vanwege inkomsten uit arbeid.