ECLI:NL:CRVB:2008:BC8163
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.C.M. van Laar
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking WAO-uitkering met instandhouding rechtsgevolgen
Appellant, een voormalig magazijnmedewerker, kreeg een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid van 80-100%. Na een herbeoordeling in 2005 stelde het UWV op basis van medische en arbeidskundige rapporten dat appellant minder dan 15% arbeidsongeschikt was en trok de uitkering in. Appellant ging in bezwaar en beroep tegen deze beslissing.
De rechtbank Arnhem verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat de medische en arbeidskundige onderbouwing van het UWV voldoende was. De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat er geen medische twijfel bestaat over de belastbaarheid van appellant en onderschrijft dat de geselecteerde functies passend zijn. Wel oordeelt de Raad dat het UWV pas in hoger beroep een nadere toelichting gaf, waardoor het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank worden vernietigd.
De Raad laat echter de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand conform artikel 8:72 lid 3 Awb Pro. Tevens veroordeelt de Raad het UWV tot betaling van de proceskosten van appellant in eerste aanleg en hoger beroep, en tot vergoeding van het betaalde griffierecht. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 26 maart 2008.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.