ECLI:NL:CRVB:2008:BC8263
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- R.C. Stam
- R. Kruisdijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging korting WAO-uitkering wegens inkomsten uit arbeid echtgenoot
Appellante is sinds 1997 arbeidsongeschikt verklaard en ontvangt een WAO-uitkering. Het UWV heeft de uitkering over de jaren 1999, 2000, 2002 en 2003 op nihil gesteld vanwege inkomsten uit arbeid als zelfstandige in het bedrijf van haar echtgenoot. De rechtbank heeft dit besluit bevestigd, waarna appellante hoger beroep instelde.
De Centrale Raad van Beroep overweegt dat artikel 44 van Pro de WAO een korting op de uitkering voorschrijft wanneer inkomsten uit arbeid zodanig zijn dat de arbeidsongeschiktheid onder 15% zou dalen. Het UWV mocht de keuze van appellante om als zelfstandige te worden aangemerkt als uitgangspunt nemen. De Raad stelt vast dat de wet dwingend is en geen ruimte laat voor belangenafweging of evenredigheidstoetsing.
Appellante voerde aan dat de terugwerkende kracht en de late reactie van het UWV in strijd zijn met het rechtszekerheidsbeginsel en het evenredigheidsbeginsel, maar de Raad acht deze bezwaren ongegrond. De korting is terecht toegepast en het bestreden besluit blijft in stand. Een proceskostenveroordeling wordt niet opgelegd.
Uitkomst: De korting op de WAO-uitkering met terugwerkende kracht wordt bevestigd.