ECLI:NL:CRVB:2008:BC8303

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
1 april 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
07-4740 WAO
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • H. Bolt
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:7 AwbArt. 6:8 AwbArt. 6:9 AwbArt. 6:11 AwbArt. 8:75 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bezwaarschrift niet-ontvankelijk wegens overschrijding termijn bij intrekking WAO-uitkering

Appellante ontving een WAO-uitkering die door het UWV bij besluit van 18 november 2005 met ingang van 1 februari 2006 werd ingetrokken. Appellante maakte bezwaar met een brief gedateerd 5 april 2006, welke door het UWV niet-ontvankelijk werd verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn van zes weken.

De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en in hoger beroep heeft appellante haar grieven herhaald. De Centrale Raad van Beroep overweegt dat de bezwaartermijn op 19 november 2005 is gaan lopen en op 30 december 2005 is geëindigd. Het bezwaarschrift van 5 april 2006 is derhalve te laat ingediend.

De Raad vindt geen reden om het verzuim van appellante niet aan te merken als verzuim in de zin van artikel 6:11 Awb Pro. Er zijn ook geen gronden aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 Awb Pro. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn, waardoor het bezwaar niet-ontvankelijk is.

Uitspraak

07/4740 WAO
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Appellante] (hierna: appellante),
tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 24 juli 2007, 06/3541 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 1 april 2008
I. PROCESVERLOOP
Appellante heeft hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 19 februari 2008. Appellante is verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M.H.J. van Kuilenburg.
II. OVERWEGINGEN
Appellante ontving een uitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO).
Bij besluit van 18 november 2005 heeft het Uwv de WAO-uitkering van appellante met ingang van 1 februari 2006 ingetrokken.
Appellante heeft bij op 5 april 2006 gedagtekende brief bezwaar gemaakt. Het Uwv heeft bij het thans bestreden besluit van 19 juni 2006 het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.
Appellante heeft tegen het bestreden besluit, gedateerd 19 juni 2006, beroep ingesteld. Dat beroep is door de rechtbank bij de aangevallen uitspraak ongegrond verklaard.
In hoger beroep heeft appellante haar tijdens de procedure in eerste aanleg aangevoerde grieven herhaald.
De Raad overweegt als volgt.
Ingevolge artikel 6:7 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bedraagt de termijn voor het indienen van een bezwaarschrift zes weken. Artikel 6:8 van Pro de Awb bepaalt dat de termijn voor het indienen van een bezwaarschrift aanvangt met ingang van de dag na die waarop het besluit op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt. Het besluit is op 18 november 2005 aan appellante toegezonden waarmee de bezwaartermijn op 19 november 2005 is gaan lopen en derhalve op 30 december 2005 is geëindigd. Ingevolge artikel 6:9, eerste lid, van de Awb is een bezwaartermijn tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn is ontvangen. Ingevolge het tweede lid van dat artikel is bij verzending per post een bezwaarschrift tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn ter post is bezorgd, mits het niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen. Het bezwaarschrift is gedateerd 5 april 2006, dit is derhalve buiten de bezwaartermijn van zes weken.
Ten aanzien van een na afloop van de gestelde termijn ingediend bezwaarschrift blijft ingevolge artikel 6:11 van Pro de Awb niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege, indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.
In hetgeen namens appellante in het hoger beroepschrift en ter zitting van de Raad is aangevoerd, heeft de Raad geen aanknopingspunten gevonden om tot een dergelijk oordeel te komen.
Het voorgaande leidt tot de conclusie dat het hoger beroep niet slaagt. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Awb.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door H. Bolt. De beslissing is, in tegenwoordigheid van M.W.A. Schimmel als griffier, uitgesproken in het openbaar op 1 april 2008.
(get.) H. Bolt.
(get.) M.W.A. Schimmel.
JL