ECLI:NL:CRVB:2008:BC8312
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende duurzaam benutbare arbeidsmogelijkheden
Appellant, voormalig logistiek medewerker, kreeg een WAO-uitkering toegekend wegens arbeidsongeschiktheid van 80-100%. Na een herbeoordeling door verzekerings- en arbeidskundigen besloot het UWV de uitkering in te trekken per 1 december 2004 omdat appellant minder dan 15% verlies aan verdiencapaciteit zou hebben.
De rechtbank 's-Hertogenbosch verklaarde het beroep van appellant gegrond wegens onvoldoende motivering van de arbeidskundige grondslag, maar handhaafde de rechtsgevolgen van het besluit omdat de toelichting later was verstrekt. Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn gewrichtsklachten wisselende beperkingen veroorzaken en dat hij niet aan opleidingseisen voldoet voor bepaalde functies.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het medisch en arbeidskundig onderzoek zorgvuldig en deugdelijk is onderbouwd. De verzekeringsarts constateerde een stabiele situatie zonder actieve reumatische verschijnselen, waardoor een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) kon worden opgesteld. De Raad wijst de stellingen van appellant over onvoldoende opleiding en onvoldoende motivering af en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Het beroep wordt afgewezen en de intrekking van de WAO-uitkering blijft in stand.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd en blijft in stand.