ECLI:NL:CRVB:2008:BC8318
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering WAZ-uitkering wegens onvoldoende onderbouwing arbeidskundige grondslag
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV om haar een WAZ-uitkering te weigeren. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat appellante in staat was de geduide functies te vervullen en dat haar belastbaarheid niet was overschat.
In hoger beroep herhaalde appellante haar grieven, waaronder dat het opleidingsniveau voor de functie verkoop telefonist onjuist was vastgesteld en dat het besluit onvoldoende was toegelicht. De Raad oordeelde dat het opleidingsniveau voor deze functie inderdaad te hoog was vastgesteld, waardoor deze functie moest vervallen uit de schatting.
Ondanks het vervallen van deze functie bleven er voldoende functies over om de schatting te baseren. De Raad stelde vast dat het besluit voor 1 juli 2005 was genomen en dat in hoger beroep de gewenste onderbouwing was gegeven. Daarom vernietigde de Raad het bestreden besluit, maar liet de rechtsgevolgen daarvan geheel in stand op grond van artikel 8:72 lid 3 Awb Pro.
Vergoeding van schade werd afgewezen omdat de rechtsgevolgen in stand bleven. De Raad veroordeelde het UWV tot vergoeding van de proceskosten van appellante en het betaalde griffierecht.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot weigering van de WAZ-uitkering wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.