ECLI:NL:CRVB:2008:BC8428
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- J.F. Bandringa
- A.T. de Kwaasteniet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering ziekengeld bij vermindering arbeidsuren zonder beëindiging dienstbetrekking
Appellante sloot op 10 augustus 2004 een arbeidsovereenkomst voor gemiddeld 25,5 uur per week. Deze werd op 10 februari 2005 gewijzigd tot 28 uur per week. Op 12 mei 2005 werd de arbeidsduur teruggebracht naar 14 uur per week vanwege gedeeltelijk herstel van een collega, met een einddatum uiterlijk 1 september 2005.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) weigerde ziekengeld met ingang van 1 mei 2005 omdat de dienstbetrekking niet volledig was beëindigd, maar slechts het aantal arbeidsuren was verminderd. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel.
De Raad overwoog dat het begrip 'eindigen van de dienstbetrekking' in artikel 29, tweede lid, onder c, Ziektewet uitsluitend ziet op volledige beëindiging. Aangezien de arbeidsovereenkomst werd voortgezet voor een verminderd aantal uren en de werkzaamheden ongewijzigd bleven, was geen sprake van beëindiging.
De stelling van appellante dat zij mogelijk wel recht had op ziekengeld indien eerst een werkloosheidsuitkering was toegekend, werd verworpen omdat de duidelijke wetsbepaling hieraan in de weg staat.
De uitspraak van de rechtbank werd daarmee bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat vermindering van arbeidsuren zonder volledige beëindiging van de dienstbetrekking geen recht geeft op ziekengeld.