ECLI:NL:CRVB:2008:BC8622
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.C.M. van Laar
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Herziening en intrekking WAO-uitkering wegens gewijzigde arbeidsongeschiktheid
Appellant had een WAO-uitkering toegekend gekregen op basis van een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%, welke door het UWV werd ingetrokken met ingang van 8 april 2005. De rechtbank Haarlem vernietigde het besluit van het UWV en verklaarde het beroep van appellant gegrond vanwege onvoldoende motivering van de arbeidskundige onderbouwing.
In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep de vernietiging van het besluit. De Raad stelt vast dat het medisch onderzoek zorgvuldig is uitgevoerd en dat de beperkingen van appellant, waaronder visusklachten, geen belemmering vormen voor de beoordeelde functies. De arbeidsdeskundige heeft in een aanvullend rapport de geschiktheid van de functies nader gemotiveerd.
De Raad corrigeert de maatman van 38 naar 43,08 uur per week, wat leidt tot een herberekening van de arbeidsongeschiktheid op 15 tot 25%. De WAO-uitkering wordt dienovereenkomstig herzien. Tevens veroordeelt de Raad het UWV tot vergoeding van de proceskosten van appellant in hoger beroep en vergoedt het griffierecht.
Deze uitspraak benadrukt het belang van een volledige en inzichtelijke motivering van arbeidskundige beoordelingen bij herziening van sociale zekerheidsuitkeringen.
Uitkomst: De WAO-uitkering van appellant wordt herzien en berekend op een arbeidsongeschiktheid van 15 tot 25% met ingang van 8 april 2005.