ECLI:NL:CRVB:2008:BC8695
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- J.F. Bandringa
- A.T. de Kwaasteniet
- Rechtspraak.nl
Weigering ziekengeld wegens niet-werknemerschap en nawerking ziektewet
Betrokkene was werkzaam als dakdekker tot zijn uitval op 21 maart 2003 en zijn arbeidsovereenkomst werd beëindigd op 15 mei 2003. Hij startte op 16 juni 2003 een therapie voor agressiegerelateerde problematiek. Betrokkene meldde zich ziek met terugwerkende kracht per 15 mei 2003, maar het UWV wees ziekengeld af omdat hij toen geen werknemer meer was en de arbeidsongeschiktheid pas na de nawerkingsperiode van een maand ontstond.
De rechtbank oordeelde dat het UWV onvoldoende onderzoek had gedaan naar de aanwezigheid van een psychiatrische stoornis in de nawerkingsperiode en verklaarde het beroep van betrokkene deels gegrond. Het UWV stelde echter dat er zorgvuldig onderzoek was verricht door verzekeringsartsen en dat er geen aanwijzingen waren voor arbeidsongeschiktheid binnen de nawerkingsperiode.
De Centrale Raad van Beroep concludeerde dat het onderzoek van het UWV voldoende zorgvuldig was en dat betrokkene geen medische gegevens had overgelegd die wezen op arbeidsongeschiktheid binnen de nawerkingsperiode. De Raad vernietigde het vonnis van de rechtbank, bevestigde het besluit van het UWV en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Betrokkene heeft geen recht op ziekengeld omdat hij geen werknemer meer was en de arbeidsongeschiktheid pas na de nawerkingsperiode ontstond.