ECLI:NL:CRVB:2008:BC8742
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant, werkzaam als costmanager, viel uit wegens rugklachten en vroeg een WAO-uitkering aan na afloop van de wachttijd. Het UWV weigerde deze uitkering op grond van het standpunt dat appellant niet arbeidsongeschikt was voor zijn eigen werk in volle omvang per 18 oktober 2004.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak in hoger beroep. De Raad oordeelt dat de medische informatie geen aanwijzingen geeft voor zwaardere beperkingen dan vastgesteld en dat het feit dat appellant zijn werk niet volledig heeft hervat, dit oordeel niet verandert.
Het verzoek tot benoeming van een medische deskundige wordt afgewezen. De Raad concludeert dat de opvatting van appellant en zijn werkgever over de geschiktheid voor het eigen werk niet wordt ondersteund door objectieve medische bevindingen. Het hoger beroep wordt daarom verworpen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de weigering van de WAO-uitkering bevestigd.