ECLI:NL:CRVB:2008:BC8759
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks geschil over ziekte van Menière en arbeidsongeschiktheid
Appellant was het niet eens met de herziening van zijn WAO-uitkering van 80% naar 45-55% arbeidsongeschiktheid per 19 december 2004. De rechtbank vernietigde het bezwaarbesluit vanwege een ontoereikende medische grondslag, maar liet de rechtsgevolgen van dat besluit in stand. Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn beperkingen door de ziekte van Menière ernstiger waren dan erkend en dat een onafhankelijk neuroloog moest worden ingeschakeld.
De Raad overwoog dat de rechtbank in redelijkheid gebruik heeft gemaakt van haar bevoegdheid om de rechtsgevolgen in stand te laten, mede omdat appellant geen overtuigende medische stukken overlegd had die tot een andere beoordeling zouden leiden. De medische deskundige van het UWV had de beperkingen op basis van beschikbare gegevens aangescherpt, maar niet verdergaand dan noodzakelijk. De functies waarop de arbeidsongeschiktheid was gebaseerd, werden passend geacht.
De Raad concludeerde dat er geen aanleiding was voor aanvullend medisch onderzoek en bevestigde de rechtbankuitspraak. Hoewel appellant later een WAO-uitkering van 80% of meer kreeg toegekend per 1 februari 2007, was dat niet relevant voor de datum in geschil. Het hoger beroep werd afgewezen en de rechtsgevolgen van het eerdere besluit bleven gehandhaafd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de rechtbankuitspraak en wijst het hoger beroep af, waarbij de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit op bezwaar in stand blijven.