ECLI:NL:CRVB:2008:BC8779
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Weigering WAO-uitkering na wachttijd voor conciërge met medische beperkingen
Appellant, werkzaam als conciërge op een basisschool, verzocht om een WAO-uitkering na het verstrijken van de wachttijd van 52 weken. Het UWV weigerde deze uitkering op basis van een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) waarin beperkingen zijn vastgesteld, maar oordeelde dat appellant geschikt is voor zijn eigen werk. De rechtbank verklaarde het bezwaar gegrond en beval een nieuw besluit.
Het UWV nam vervolgens een nieuw besluit waarin het bezwaar opnieuw ongegrond werd verklaard. Appellant stelde dat zijn medische beperkingen onderschat waren en verzocht om benoeming van een onafhankelijke verzekeringsarts. De Raad stelde vast dat er geen twijfel bestaat aan de medische beoordeling in de FML en dat de bezwaarverzekeringsarts de verschillende medische rapportages voldoende heeft meegewogen.
De Raad oordeelde verder dat appellant, ondanks beperkingen zoals niet langer dan 15 minuten kunnen staan, lopen of zitten, in staat is zijn eigen werk te verrichten. Dit oordeel is gebaseerd op arbeidskundige rapportages en nadere motivering over de aard van de werkzaamheden. Het hoger beroep werd niet-ontvankelijk verklaard, het beroep tegen het tweede besluit ongegrond, en het UWV werd veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen het tweede besluit ongegrond; het UWV wordt veroordeeld in proceskosten.