ECLI:NL:CRVB:2008:BC9250
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging WAO-uitkering ondanks beroep op vertrouwensbeginsel
Appellant, werkzaam als loodsmedewerker, ontving sinds 1991 een volledige WAO-uitkering wegens rugklachten. Na een periodieke herbeoordeling in 2004-2005, waarbij medische en arbeidskundige onderzoeken werden uitgevoerd, werd de uitkering verlaagd naar 15 tot 25% arbeidsongeschiktheid. Appellant voerde in hoger beroep aan dat het vertrouwensbeginsel was geschonden omdat hij veertien jaar een volledige uitkering ontving en zijn klachten niet waren gewijzigd.
De Raad volgde de rechtbank en oordeelde dat het bestreden besluit een voldoende medische en arbeidskundige grondslag heeft. Er was geen nieuwe medische informatie die twijfel zaaide over de vastgestelde belastbaarheid. De Raad merkte op dat het langdurig ontvangen van een volledige uitkering juist aanleiding was voor een actuele expertise.
Het beroep op het vertrouwensbeginsel werd verworpen omdat de WAO geen aanknopingspunten biedt dat herziening alleen bij relevante wijziging van de gezondheidstoestand mogelijk is. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de verlaging van de uitkering bevestigd.
Uitkomst: De verlaging van de WAO-uitkering naar 15-25% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd en het hoger beroep ongegrond verklaard.