ECLI:NL:CRVB:2008:BC9352
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering teveel betaalde toeslag ondanks bezwaar appellant
Appellant ontving een arbeidsongeschiktheidsuitkering met een toeslag op grond van de Toeslagenwet (TW). Bij besluit van 28 november 2000 werd de toeslag gefaseerd afgebouwd over drie jaar. In januari 2002 werd door een systeemfout nog 2/3 van de toeslag uitbetaald in plaats van 1/3. Verweerder, het UWV, vorderde het teveel betaalde bedrag van €21,54 terug en verrekende dit met de vakantie-uitkering van mei 2002.
Appellant voerde aan dat de toeslag niet stopgezet mocht worden omdat hij volledig arbeidsongeschikt was en klaagde over het ontbreken van een persoonlijke hoorzitting. De rechtbank oordeelde dat het besluit van 28 november 2000 niet ter discussie stond en dat de terugvordering terecht was, omdat geen dringende redenen voor kwijtschelding aanwezig waren.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn grieven, waaronder het ontbreken van een persoonlijke hoorzitting. De Raad stelde vast dat appellant tijdig was uitgenodigd maar niet was verschenen. De Raad bevestigde dat het UWV verplicht was het teveel betaalde bedrag terug te vorderen en dat geen bijzondere omstandigheden waren die tot kwijtschelding konden leiden. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van de teveel betaalde toeslag bevestigd.