ECLI:NL:CRVB:2008:BC9354
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- C.P.M. van Kerkhof
- H. Bedee
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende motivering functies
Appellante viel sinds 18 december 2002 uit wegens psychische klachten en ontving vanaf 17 december 2003 een WAO-uitkering van 80-100% arbeidsongeschiktheid. Het UWV herzag de uitkering in 2004 naar 25-35% op basis van een verbeterde belastbaarheid vastgesteld door verzekeringsarts Herweijer en arbeidsdeskundige Goetheer.
De rechtbank onderschreef het UWV-besluit na raadpleging van psychiater Van Eyk, die beperkingen vooral toeschreef aan persoonlijkheidskenmerken en niet aan ziekte. Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij lijdt aan een autisme spectrum stoornis en leerstoornis, wat haar arbeidsmogelijkheden beperkt. De Raad oordeelde echter dat de beperkingen weliswaar aanwezig zijn, maar dat de duurzaam benutbare mogelijkheden voor arbeid niet zijn miskend.
De Raad stelde vast dat het UWV pas in beroep, met een rapportage van de bezwaararbeidsdeskundige Blom uit mei 2005, een deugdelijke motivering gaf voor de geschiktheid van de geduide functies, terwijl het bestreden besluit vóór 1 juli 2005 werd genomen. Hierdoor had de rechtbank het besluit moeten vernietigen en de rechtsgevolgen moeten laten voortbestaan.
De Centrale Raad van Beroep vernietigt daarom het bestreden besluit, verklaart het beroep gegrond en veroordeelt het UWV in de proceskosten van appellante. De rechtsgevolgen van het besluit blijven gehandhaafd.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt vernietigd en de rechtsgevolgen blijven in stand.