ECLI:NL:CRVB:2008:BC9437
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit herziening WAO-uitkering wegens onvoldoende motivering arbeidskundige beoordeling
De zaak betreft het hoger beroep van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) tegen een uitspraak van de rechtbank ’s-Hertogenbosch die het besluit tot handhaving van een WAO-uitkering vernietigde vanwege een gebrekkige motivering van de arbeidskundige component van de beoordeling.
De rechtbank oordeelde dat de arbeidskundige beoordeling onvoldoende was gemotiveerd omdat de bezwaararbeidsdeskundige geen nadere toelichting gaf op de vermelding van 'G's' bij de geduide functies. Hierdoor was onduidelijk waarom de belastbaarheid niet werd overschreden, wat in strijd was met artikel 7:12 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
In hoger beroep overweegt de Raad dat het verzoek van betrokkene om het hoger beroep ongegrond te verklaren niet kan worden ingewilligd. De Raad stelt dat de werking van de vernietigende uitspraak is opgeschort totdat het hoger beroep is beslist. De Raad oordeelt verder dat de nadere motivering en aanpassing van de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) door het UWV voldoende zijn om de arbeidskundige grondslag alsnog toereikend te motiveren. Daarom vernietigt de Raad de aangevallen uitspraak voor zover deze het nemen van een nieuw besluit op bezwaar opdraagt, laat de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand en veroordeelt het UWV in de proceskosten van betrokkene.
Uitkomst: De Raad vernietigt het besluit tot het nemen van een nieuw besluit op bezwaar, laat de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand en veroordeelt het UWV in de proceskosten.