ECLI:NL:CRVB:2008:BC9473
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks bezwaar appellant
Appellant maakte bezwaar tegen de herziening van zijn WAO-uitkering door het Uwv, waarbij de mate van arbeidsongeschiktheid werd verlaagd van 80-100% naar 55-65%. De rechtbank had het beroep van appellant gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd vanwege onvoldoende inzicht in de arbeidskundige grondslag.
In hoger beroep heeft de Centrale Raad van Beroep het oordeel van de rechtbank bevestigd. De Raad oordeelde dat bij de in 2003 gehanteerde urenbeperking van zes uur per dag voldoende functies konden worden geduid, in tegenstelling tot de situatie in 1999 met drie uur per dag. De stelling van appellant over vooringenomenheid van verzekeringsartsen werd niet onderbouwd.
De Raad concludeerde dat de rechtbank de argumenten van appellant afdoende had besproken en gemotiveerd waarom deze niet slaagden. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd, zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WAO-uitkering en wijst het hoger beroep af.