ECLI:NL:CRVB:2008:BC9478

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
11 april 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
06-2431 WAO
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Herziening
Rechters
  • J. Janssen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:88 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek herziening uitspraak Centrale Raad van Beroep inzake WAO

Verzoeker heeft bij de Centrale Raad van Beroep verzocht om herziening van de uitspraak van 21 februari 2006 betreffende een WAO-zaak. Hij stelde dat de eerdere uitspraak berustte op een kennelijke medische misslag. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) heeft verweer gevoerd en betoogd dat er geen nieuwe feiten of omstandigheden zijn die herziening rechtvaardigen.

De Raad heeft tijdens de zitting op 29 februari 2008 het verzoek behandeld. Volgens artikel 8:88, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht kan een herzieningsverzoek alleen worden ingewilligd indien sprake is van nieuwe feiten of omstandigheden. De Raad heeft in het verzoekschrift echter geen dergelijke nieuwe feiten of omstandigheden kunnen vaststellen.

Daarom is het verzoek om herziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is op 11 april 2008 in het openbaar gedaan door J. Janssen, in aanwezigheid van griffier M. Lochs.

Uitkomst: Het verzoek om herziening van de eerdere WAO-uitspraak wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.

Uitspraak

06/2431 WAO
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het verzoek om herziening van de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 21 februari 2006, 04/970 WAO, in het geding tussen:
[Verzoeker] (hierna: verzoeker)
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv)
Datum uitspraak: 11 april 2008
I. PROCESVERLOOP
Mr. W.C. de Jonge, advocaat te Vlaardingen, heeft namens verzoeker verzocht om herziening van de uitspraak van de Raad van 21 februari 2006, 04/970 WAO.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 29 februari 2008. Mr. De Jonge is verschenen namens verzoeker. Het Uwv was vertegenwoordigd door drs. J. Hut.
II. OVERWEGINGEN
Verzoeker heeft verzocht om een hersteluitspraak. De uitspraak van 21 februari 2006 berust naar zijn overtuiging op een kennelijke (medische) misslag.
Het Uwv heeft in het verweerschrift uiteengezet waarom er naar zijn mening geen sprake is van nieuwe feiten of omstandigheden die tot herziening van de bestreden uitspraak zouden kunnen leiden.
De Raad overweegt dat de door de gemachtigde van verzoeker gewenste hernieuwde discussie over de betrokken zaak en de juistheid van de bestreden uitspraak niet kan worden gevoerd, tenzij sprake is van nieuwe feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 8:88, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De Raad heeft echter in het verzoekschrift geen nieuw feit of nieuwe omstandigheid als bedoeld in artikel 8:88 van Pro de Awb kunnen onderkennen. Daarom dient het verzoek om herziening te worden afgewezen.
Er zijn geen termen aanwezig voor een proceskostenveroordeling.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Wijst het verzoek om herziening af.
Deze uitspraak is gedaan door J. Janssen. De beslissing is, in tegenwoordigheid van M. Lochs als griffier, uitgesproken in het openbaar op 11 april 2008.
(get.) J. Janssen.
(get.) M. Lochs.
JL