ECLI:NL:CRVB:2008:BC9482
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering ondanks toekenning latere ZW-uitkering
Appellante maakte bezwaar tegen de intrekking van haar WAO-uitkering door het UWV, omdat haar arbeidsongeschiktheid op 16 november 2004 minder dan 15% bedroeg. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit van het UWV, maar hield de rechtsgevolgen van het besluit in stand. De Centrale Raad van Beroep onderschrijft de motivering van de rechtbank en bevestigt het vonnis.
In hoger beroep voerde appellante aan dat de geduide functies niet passend waren gezien haar beperkingen en dat zij later een ziekengelduitkering ontving. De Raad oordeelt dat deze argumenten onvoldoende zijn om het eerdere oordeel te wijzigen. De overgelegde stukken bevatten geen nieuwe medische gegevens relevant voor de datum van intrekking.
De Raad concludeert dat de toekenning van een latere ZW- en WGA-uitkering geen invloed heeft op de rechtmatigheid van de intrekking van de WAO-uitkering per 16 november 2004. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering per 16 november 2004.