ECLI:NL:CRVB:2008:BC9518
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens geschiktheid voor eigen werk en andere werkzaamheden
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen de weigering van het UWV om haar een WAO-uitkering toe te kennen, omdat zij zich volledig arbeidsongeschikt acht door psychische en fysieke klachten. Het UWV stelde dat zij per 3 september 2002 geschikt was voor haar eigen werk en andere werkzaamheden. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en appellante ging in hoger beroep.
De Centrale Raad van Beroep overweegt dat de bezwaarverzekeringsarts geen verplichting had om aanvullende informatie in te winnen bij de behandelend specialist, aangezien de huisarts het medisch journaal met de relevante bevindingen had toegezonden. Uit dit journaal bleek dat appellante rond de datum van 3 september 2002 niet onder behandeling was voor psychische klachten.
De Raad onderschrijft de beoordeling dat appellante weliswaar een verminderde psychische belastbaarheid heeft, maar dat zij geschikt is voor werk zonder veelvuldige deadlines of productiepieken en met beperkingen in het omgaan met conflicten. Ook is het oordeel van de verzekeringsarts dat er geen relevante Carpaal Tunnel Syndroom-problematiek was, juist. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering omdat appellante geschikt wordt geacht voor haar eigen werk en andere werkzaamheden per 3 september 2002.