ECLI:NL:CRVB:2008:BC9527
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.J. Simon
- H.J. de Mooij
- M. Greebe
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beslissing over recht op tweevoudige kinderbijslag voor uitwonende zoon
Appellant stelde in hoger beroep dat hij recht had op tweevoudige kinderbijslag voor zijn zoon over de periode van het derde kwartaal 1998 tot en met het derde kwartaal 2000. De Raad verwijst naar eerdere uitspraken en het aangevallen besluit van 12 oktober 2004.
Appellant overlegde geen aanvullende stukken waaruit bleek dat zijn zoon na het tweede kwartaal 1999 nog uitwonend was vanwege onderwijs. Ook werd niet aangetoond dat appellant zijn zoon gedurende de betreffende perioden grotendeels of in belangrijke mate heeft onderhouden.
De Raad onderschrijft daarom het oordeel van de rechtbank dat appellant slechts recht heeft op tweevoudige kinderbijslag over het vierde kwartaal 1998 en het eerste en tweede kwartaal 1999, en enkelvoudige kinderbijslag over het derde kwartaal 1998 en het eerste kwartaal 2000. Voor de overige tijdvakken bestaat geen recht op kinderbijslag. De Raad ziet geen aanleiding om de proceskosten aan een partij toe te wijzen en bevestigt de aangevallen uitspraak.
Uitkomst: De Raad bevestigt dat appellant geen recht heeft op tweevoudige kinderbijslag na het tweede kwartaal 1999 wegens onvoldoende bewijs van uitwoning en onderhoud.