ECLI:NL:CRVB:2008:BC9740
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- C.W.J. Schoor
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAJONG-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid ondanks fibromyalgieklachten
Appellante ontving sinds 1988 een arbeidsongeschiktheidsuitkering die in 2004 werd ingetrokken door het UWV omdat haar arbeidsongeschiktheid volgens het UWV minder dan 25% bedroeg. Appellante voerde aan dat haar fibromyalgieklachten haar belemmeren in hand- en vingergebruik, waardoor zij niet geschikt zou zijn voor de geduide functies die intensief handgebruik vereisen.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het intrekkingsbesluit ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel. De Raad oordeelt dat de verzekeringsarts voldoende rekening heeft gehouden met de fibromyalgieklachten bij het vaststellen van de functionele beperkingen en dat de arbeidsdeskundige de belasting van de functies passend heeft beoordeeld.
Appellante heeft haar medische stellingen onvoldoende onderbouwd met bewijs. Het hoger beroep slaagt daarom niet en de Raad wijst ook het verzoek om schadevergoeding af. De intrekking van de WAJONG-uitkering blijft in stand.
Uitkomst: De intrekking van de WAJONG-uitkering wordt bevestigd omdat appellante onvoldoende arbeidsongeschikt is.