ECLI:NL:CRVB:2008:BC9801
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.I. ’t Hooft
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken procesbelang na terugkomen bestuursorgaan
Appellante verzocht vergoeding van kosten voor een MoM-heupprothese, welke door Univé werd afgewezen op grond van het ontbreken van gebruikelijkheid binnen de internationale medische wetenschap. Het bezwaar werd ongegrond verklaard. Appellante stelde beroep in tegen deze beslissing.
Eind 2006 wijzigde Univé haar standpunt en gaf aan de kosten van de behandeling te zullen vergoeden, vooruitlopend op een beleidswijziging van het College voor zorgverzekeringen. Hierdoor was het procesbelang van appellante komen te vervallen. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk en bepaalde dat het betaalde griffierecht aan appellante werd vergoed.
In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak, verwijzend naar vaste jurisprudentie dat het enkele verlangen naar een principiële uitspraak onvoldoende is om het ontbreken van procesbelang te overwinnen. Het beroep wordt afgewezen wegens gebrek aan procesbelang.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.